Home » Artikelen » Inbreukmakende goederen bij de douane; De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane

Inbreukmakende goederen bij de douane; De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane

Inbreukmakende goederen bij de douane

Ergens in een container op weg naar Rotterdam ligt een doos sportschoenen. Perfect logo, juiste kleur, kloppende verpakking, maar slechts één “verkeerd” detail kan de waarheid al verraden: het is namaak. Op het moment dat de container de EU binnenvaart, staat een juridisch systeem klaar dat precies voor dit soort namaakgoederen is gemaakt.

In ons nieuwste artikel uit de reeks “De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane” zoomen we in op dat systeem: het juridisch kader achter de douaneaanpak van inbreukmakende goederen.

Centraal staat Verordening (EU) 608/2013 handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane. Deze regeling bepaalt niet óf sprake is van IE‑inbreuk, maar wél hoe de douane optreedt: welke stappen worden gezet, wie wordt geïnformeerd en binnen welke termijnen. Het materiële oordeel volgt uit het merken-, modellen- en auteursrecht (o.a. Uniemerkenverordening, BVIE, Auteurswet).

Een paar inzichten voor IE‑rechthebbenden:

  • De Verordening beschermt een breed palet aan rechten, waaronder merken, auteursrecht, modellen, octrooien, geografische aanduidingen en kwekersrechten.
  • De douane kan handelen op basis van een Application for Action (AFA), maar ook ambtshalve bij een redelijk vermoeden van namaak.
  • Zonder geldige AFA, tijdige reactie en goede documentatie laat u een belangrijk handhavingsinstrument onbenut.

Kortom, de doos schoenen in de container is niet alleen een logistieke eenheid, maar het startpunt van een juridisch proces dat de interne markt beschermt en rechthebbenden een krachtige middel biedt om hun rechten te handhaven. In het volgende deel van de reeks volgen we de container verder: de aanhouding, de procedure en de keuzes voor de merkhouder.

Van onderschepping tot vernietiging: wat er juridisch gebeurt als de container stilvalt

De reis van onze container met sportschoenen eindigt niet in een magazijn, maar in een loods van de Nederlandse douane. Voor de doos namaakschoenen is dat het begin van het einde, voor de rechthebbende het begin van een strak geregisseerde douaneprocedure onder Verordening (EU) 608/2013. In het tweede artikel uit de reeks “De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane” volgen we die procedure stap voor stap.

  • Stap 1 – Onderschepping en aanhouding
    Een douaneambtenaar herkent op basis van een eerder ingediende Application for Action (AFA) de subtiele afwijkingen in logo, zoolcode en verpakking. De vrijgave van de goederen wordt geschorst of de goederen worden aangehouden (art. 17–18 Verordening). De container met sportschoenen gaat geen meter verder totdat het vermoeden van IE‑inbreuk is opgehelderd.
  • Stap 2 – Kennisgeving
    De douane moet zowel de rechthebbende als de declarant/importeur onverwijld informeren: aantallen, aard van de goederen, foto’s, en (voor zover mogelijk) herkomst en bestemming. De rechthebbende krijgt het recht de goederen te inspecteren, wat cruciaal kan zijn om te bepalen of het echt om namaak gaat.
  • Stap 3 – Termijnen
    Na kennisgeving loopt een harde klok: 3 werkdagen bij bederfelijke waar, 10 werkdagen (plus een uitstel van maximaal 10 extra dagen) bij overige goederen. Zonder tijdige reactie worden de goederen vrijgegeven. Dit betekent dat de douane ze niet langer mag vasthouden zonder actieve medewerking van de rechthebbende.
  • Stap 4 – Instemming met vernietiging
    Bevestigt de rechthebbende na inspectie dat sprake is van inbreuk, dan kan hij vernietiging verzoeken. Via de vereenvoudigde vernietigingsprocedure van art. 23 Verordening worden de schoenen vernietigd onder douanetoezicht, tenzij de declarant bezwaar maakt. Zwijgen geldt vaak als instemming.
  • Stap 5 – Vernietiging of civiele route
    Bij instemming (of stilzwijgen) gaan de goederen rechtstreeks naar het vernietigingsbedrijf. Bij bezwaar moet de rechthebbende een civiele procedure starten, waarmee moet worden vastgesteld of er een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is gepleegd.

Kortom, de Verordening biedt rechthebbenden een krachtig en efficiënt instrument om op te treden tegen namaakgoederen, maar de effectiviteit daarvan staat of valt met een zorgvuldige voorbereiding en adequate opvolging. Een actuele AFA, een goed georganiseerde interne werkwijze en strikte bewaking van de geldende termijnen zijn daarbij essentieel. Wie daarin tekortschiet, loopt het risico een belangrijk moment te missen en daarmee de mogelijkheid om namaakschoenen al bij de grens tegen te houden, voordat zij de markt bereiken.

De merkhouder aan zet: wat u moet doen na een douanemelding?

In een loods van de Nederlandse douane staat de doos sportschoenen stil. Voor de schoenen is het wachten. Voor de merkhouder begint de klok te tikken. In deel 3 van de reeks “De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane” zoomen we in op de vraag: wat moet een merkhouder dóen zodra de eerste douanemelding binnenkomt?

De procedure begint met een formele kennisgeving van aanhouding of schorsing. Daarin staat o.a. een beschrijving en hoeveelheid van de goederen, foto’s of monsters, de douaneprocedure en (waar mogelijk) gegevens over de declarant, herkomst en bestemming. Vanaf dat moment gaat een belangrijke termijn lopen. In beginsel heeft de rechthebbende 10 werkdagen om actie te ondernemen. Voor bederfelijke goederen geldt een kortere termijn van 3 werkdagen. In passende gevallen kan de termijn van 10 werkdagen op een deugdelijk onderbouwd verzoek van de houder van het besluit eenmaal met maximaal 10 werkdagen worden verlengd.

Die termijn lijkt misschien ruim, maar in de praktijk is zij snel verstreken. De merkhouder moet immers niet alleen beoordelen of sprake is van een inbreuk, maar ook de goederen kunnen laten inspecteren, de authenticiteit kunnen beoordelen en vervolgens tijdig de juiste vervolgstappen zetten. Wie op het moment van de douanemelding nog moet beginnen met het verzamelen van de benodigde informatie en documentatie, loopt dan ook direct achter de feiten aan.

Een goede voorbereiding begint bij de AFA

Een snelle en effectieve reactie begint daarom niet bij de eerste douanemail, maar al bij het indienen van de Application for Action (AFA). Hoe beter de informatie vooraf is ingericht, hoe sneller een douanemelding kan worden opgevolgd.

Gebruik daarom de volgende checklist:

  • Geldige en actuele AFA ingediend bij de Nederlandse douane
  • AFA indien nodig uitgebreid naar andere EU-lidstaten
  • EORI-nummer geregistreerd en actueel
  • Volmacht opgesteld en ondertekend voor eventuele gemachtigde
  • Technische authenticatiedocumentatie up-to-date in de AFA
  • Intern proces ingericht voor directe opvolging van douanekennisgevingen
  • Contactpersoon bij de douane bekend
  • Procedure voor verlengingsverzoek intern geborgd
  • Samenwerkingsafspraken met advocaat vooraf vastgelegd

De importeur vecht terug: wat gebeurt er als de zaak voor de rechter komt?

Wanneer de declarant of houder van de goederen aangeeft niet akkoord te gaan met vernietiging, worden de schoenen de inzet van een juridisch gevecht. In deel 4 van de reeks “De reis van een namaakschoen langs de Nederlandse douane” beschrijven we wat er gebeurt zodra de importeur bezwaar maakt tegen vernietiging en de vereenvoudigde procedure van artikel 23 Verordening (EU) 608/2013 stopt.

Zodra de declarant of houder niet (stilzwijgend) instemt, kan de douane niet langer zelfstandig vernietigen. De bal ligt dan volledig bij de merkhouder. De merkhouder moet binnen een korte, door douane gestelde termijn een civiele procedure starten en de douane daarvan schriftelijk informeren. Doet hij dat niet, dan worden de goederen vrijgegeven.

De merkhouder heeft grofweg twee routes:

  • Kort geding: snel en gericht op een verbod en vernietigingsbevel. Typisch de standaard in douane‑ en IE‑zaken. Het vonnis is voorlopig, maar wel effectief om een pallet schoenen tegen te kunnen houden.
  • Bodemprocedure: duurt langer, maar is noodzakelijk als naast vernietiging ook schadevergoeding of winstafdracht wordt gevorderd, of als het verweer van de importeur diepgaand bewijs vereist.

In zo’n procedure kan de merkhouder o.a. een verbod op verdere invoer en verhandeling, een vernietigingsbevel, én volledige proceskostenvergoeding op grond van art. 1019h Rv vorderen. In IE‑zaken kan de winnende partij namelijk haar daadwerkelijke advocaatkosten verhalen, mits redelijk en gespecificeerd. Naast deze civiele route bestaat een strafrechtelijke route via FIOD en OM voor grootschalige of georganiseerde namaak.

Hoewel procederen tegen een importeur kostbaar en risicovol is, is het vaak onvermijdelijk als je als merkhouder het signaal wil afgeven dat namaak niet loont. Wie hierop voorbereid wil zijn, zorgt vóór de eerste kennisgeving al voor een IE‑advocaat die kan schakelen, duidelijke mandaten, goed vastgelegde authenticiteitskenmerken en een geactualiseerde, brede AFA richting douane.

 

Heeft u hierbij ondersteuning nodig? Neem dan gerust contact met ons op via ons e-mailadres of contactformulier of bel ons via 070-2170200.