U creëert met uw onderneming jarenlang succesvol en zorgvuldig waarde met uw intellectuele eigendom. Met dit artikel wordt beoogd om u als houder van intellectuele eigendomsrechten (zoals merken, auteursrechten, modellen en octrooien) in Nederland te wijzen op de mogelijkheden om deze rechten te handhaven en inbreuk tegen te gaan.
Kort geding
In een kort geding procedure kan bij spoedeisende zaken worden gevorderd dat het de inbreukmaker wordt verboden om de inbreukmakende producten commercieel te exploiteren. Een nadeel is dat geen schadevergoeding kan worden gevorderd in een kort geding procedure. Daarvoor zal u een bodemprocedure moeten starten. Een voordeel van deze procedure is dat in principe de volledige proceskosten (waaronder de kosten van uw advocaat) door de wederpartij zal moeten worden betaald, indien de rechter uw vordering toewijst. Een ander voordeel is dat u een inbreukmakende partij relatief snel kunt verhinderen de inbreukmakende handelingen te (blijven) verrichten. Read more

Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff
De afgelopen tijd bent u ongetwijfeld veel berichtgeving tegengekomen over de Europese Privacyverordening (AVG of GDPR).
Het Europese Hof van Justitie (EHvJ) besluit dat ‘The Pirate Bay’ inbreuk maakt op auteursrechten
Het Europese Parlement zorgt ervoor dat u ook tijdens uw vakantie uw favoriete shows kan bekijken!
Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een
Qiaodan Sports, een Chinees sportkledingbedrijf, verloor onlangs drie van zijn geregistreerde merken in een rechtszaak tegen de beroemde Amerikaanse basketballer Michael Jordan. De drie ingetrokken merken die gebaseerd waren op ‘乔丹’, letterlijk Jordan’s Chinese naam in Chinese karakters, werden gebruik voor een breed scala aan producten zoals sportkleding, dranken en zelfs kerstboomdecoratie. Over het algemeen wordt de uitspraak beschouwd als slechts een gedeeltelijke overwinning voor Michael Jordan, omdat zijn intrekkingsverzoeken voor andere omstreden merken zoals ‘qiaodan’, Jordan’s Chinese naam in Pinyin, werden afgewezen door de Supreme Court van de Volksrepubliek China.
Op 16 december 2016 is
Op 4 november jl. heeft de Hoge Raad duidelijkheid verschaft met betrekking tot de discussie die zowel in de literatuur als in de rechtspraak plaatsvond over de vraag of de zogenaamde allocatiefunctie van een payrollbedrijf een vereiste is om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst ex. artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.